In de praktijk zien we ook (steeds meer) andere situaties waarin een DO wordt aangevraagd, zoals bijvoorbeeld:

  • om zekerheid in te bouwen bij gevoelige uitspraken van de bedrijfsarts, zoals weinig of geen benutbare mogelijkheden (GBM) of vervroegde WIA-aanvraag
  • om het dossier te “dichten” aan het einde van het 1e ziektejaar
  • om te toetsen of 2e spoor ingezet moet worden (werknemer die aan het opbouwen is in spoor 1, waarbij inzet spoor 2 contraproductief zou werken)
  • om te toetsen dat 1e spoor terecht wordt verlaten
  • als werknemer denkt dat hij meer kan (meer belastbaar is) dan werkgever en bedrijfsarts aangeven

De deskundigen bij UWV onderzoeken hoe de re-integratie tot dan toe is gegaan. Daarbij gebruiken ze onder andere informatie uit het re-integratieverslag, zoals de probleemanalyse en het plan van aanpak die voor de re-integratie zijn opgesteld.
Het DO is een oordeel, geen advies. Bij het beoordelen van de re-integratie-inspanningen kijkt UWV naar de geschiedenis. Ze stellen vragen als: Wat is er gebeurd? Wie heeft wat gedaan? Het oordeel bevat dus geen advies over hoe het traject verder moet.
Het DO geeft een antwoord op een concrete vraag over een concrete situatie. Het is een momentopname. Met het oordeel doet UWV dus geen uitspraak over de toekomst.