Compensatieregeling bij transitievergoeding: zo staat het er nu voor

De transitievergoeding als onderdeel van de Wet Werk en Zekerheid zorgt voor veel opschudding bij werkgevers die een dienstverband van een zieke werknemer willen beëindigen. Intussen is de kans groot dat er voor hen een compensatieregeling komt, maar hoe die er precies uit gaat zien, blijft tot nu toe onduidelijk. Maar wat is er dan al wél bekend? En hoe kunnen werkgevers zich voorbereiden op wat er komen gaat? In dit blog leggen we het u uit.

Maar eerst: hoe zat het ook alweer met die wet? Welnu, door de invoering van de Wet Werk en Zekerheid moeten werkgevers sinds 1 juli 2015 een transitievergoeding betalen aan werknemers die onvrijwillig uit dienst gaan na een arbeidsovereenkomst van minimaal twee jaar. Omdat dat óók geldt voor werkgevers die de arbeidsovereenkomst van werknemers na twee jaar ziekte beëindigen, is de transitievergoeding ook van belang voor het tweede spoor.

Aanpassing

Veel werkgevers vinden deze wetswijziging onredelijk. Na twee jaar loondoorbetaling bij ziekte én kosten voor verzuimbegeleiding en re-integratie worden ze zo immers geconfronteerd met een flinke extra kostenpost, zéker bij lange dienstverbanden. Vanuit verschillende hoeken werd sinds de invoering van de wet dan ook al gevraagd om een aanpassing die deze ‘onbillijkheid’ repareert.

En dat wierp zijn vruchten af. Toen het kabinet op 21 april 2016 oplossingen presenteerde voor knelpunten op de arbeidsmarkt, kondigde minister Asscher aan dat werkgevers bij een beëindiging van een dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid in aanmerking moeten komen voor een compensatie van de verschuldigde transitievergoeding.

Wetsvoorstel

Sinds die aankondiging van minister Asscher zijn er verschillende maatregelen en oplossingen voorbijgekomen en is er een wetsvoorstel geformuleerd. Onderaan dit blog vatten we die ontwikkelingen van de afgelopen jaren in een kader daarom nog eens voor u samen. Toch is er eigenlijk maar één belangrijke conclusie: tot op heden blijft het onduidelijk hoe de aanvraag ingediend moet worden en op welke wijze de verstrekking van de compensatie zal plaatsvinden.

Bovendien blijft de behandeling van het wetsvoorstel uit. Eerst omdat de Raad van State forse kritiek uitte op de compensatieregeling; zij vonden dat het wetsvoorstel te veel onnodige kosten en rompslomp met zich mee zou brengen. En daarna omdat door het demissionair worden van het Kabinet Rutte II de behandeling van het wetsvoorstel op 19 april 2017 controversieel is verklaard) . In het op dinsdag 13 oktober 2017 gepresenteerde regeerakkoord wordt de compensatieregeling gelukkig wederom genoemd.

Echter: de onduidelijkheid duurt voort. Maar een ding is wél zeker: de beoogde ingangsdatum van de wet (1 januari 2019) wordt in ieder geval niet gehaald. In dat geval had het UWV namelijk al op 1 juli 2017 moeten beginnen met de voorbereidingen.

“Registreer welke langdurig zieke werknemers u een transitievergoeding betaalt en om welk bedrag dat gaat”

Ons advies

Wanneer het wetsvoorstel dan wel ingaat? En of dat überhaupt nog gebeurt? Niemand die het weet. Maar we verwachten wel dat er een compensatieregeling gaat komen die met terugwerkende kracht geldt. Over de redelijkheid daarvan lijkt immers niemand te twijfelen. Daarom adviseren we u om in ieder geval goed te registreren aan welke langdurig zieke werknemers u een transitievergoeding betaalt en om welk bedrag dat gaat. Daarop kunt u dan snel terugvallen zodra bekend wordt hoe de regeling er precies uit gaat zien.

oktober 2017, geschreven door Nelleke van Antwerpen

Ontwikkelingen op een rij

Minister Asscher werkte zijn aangekondigde compensatieregeling uit in een wetsvoorstel. Daarin werden werkgevers gecompenseerd voor de (in beginsel) volledige kosten van de transitievergoeding. De compensatie zou door het UWV worden betaald vanuit het AWF (Algemeen Werkloosheidsfonds) en daar zou een verhoging van de (uniforme) premie tegenover staan. Bovendien zou deze maatregel met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 worden ingevoerd.

Dat werd natuurlijk al snel een beetje gezien als een sigaar uit eigen doos. Door de verhoging van de werkgeverspremies betalen werkgevers de transitievergoedingen dan immers nog steeds zelf. Wel zou het een collectieve last worden, wat de ervaren pijn aanzienlijk zou verzachten.

Het wetsvoorstel

Op basis van het wetsvoorstel wordt geen onderscheid gemaakt naar de aard van het dienstverband dat door de werkgever wordt beëindigd. Dit betekent dat de transitievergoeding wordt vergoed indien een arbeidsovereenkomst:

  • voor bepaalde tijd niet wordt verlengd waarbij de werknemer op de einddatum ziek is
  • voor bepaalde of onbepaalde tijd eindigt door opzegging of ontbinding (in het kader van een hoger beroep na een afgewezen UWV-beschikking) vanwege het wegens ziekte niet langer kunnen verrichten van de bedongen arbeid
  • met wederzijds goedvinden wordt beëindigd vanwege het wegens ziekte niet langer kunnen verrichten van de bedongen arbeid (waarbij dit dan wel duidelijk in de beëindigingsovereenkomst moet zijn opgenomen).

Wil een werknemer aanspraak maken op een transitievergoeding? Dan geldt uiteraard in alle gevallen dat zijn dienstverband minimaal 24 maanden moet hebben geduurd.

De hoogte van de te compenseren vergoeding is beperkt tot het bedrag van de transitievergoeding zoals die geldt op het moment dat de loondoorbetalingsverplichting eindigt (over het algemeen na twee jaar). Daarnaast zal de compensatie niet meer kunnen zijn dan het bedrag dat gelijk is aan het aan de werknemer betaalde loon tijdens zijn ziekte. Tot slot geldt dat, als er een loonsanctie is opgelegd, die periode niet meetelt bij de berekening van de hoogte van de compensatie. Maar die periode telt wél mee bij de berekening van de hoogte van de transitievergoeding.

Slapend dienstverband: niet meer nodig?

Om aan het uitbetalen van de transitievergoeding te ontkomen, nemen veel werkgevers hun toevlucht tot een ‘slapend dienstverband’. Dan ontvangt een werknemer na twee jaar ziekte een WIA-uitkering en laat de werkgever het na om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Kortom: de werknemer blijft in dienst, maar de loondoorbetalingsverplichting is gestopt.

Op basis van dit wetsvoorstel kunnen werkgevers er nu al voor kunnen kiezen om met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer een beëindigingsregeling te treffen waarbij de transitievergoeding wordt uitbetaald (of ze kunnen bij het UWV een procedure opstarten als de werknemer daar niet aan wil meewerken). Toch blijft die beslissing risicovol: het staat immers nog niet vast dat dit wetsvoorstel in deze vorm wordt aangenomen.

Het is in ieder geval belangrijk om te beseffen dat de transitievergoeding oploopt zolang het dienstverband voortduurt. Maar de compensatie heeft alleen betrekking op de periode tot afloop van de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte. Bij een dienstverband dat slapend wordt voortgezet (om daarmee betaling van de transitievergoeding te voorkomen), zal de uiteindelijk te ontvangen compensatie dan ook lager zal zijn dan de uit te betalen transitievergoeding.