Wet Verbetering Poortwachter

Om het aantal langdurig zieke werknemers terug te dringen, is de Wet Verbetering Poortwachter (WVP) in 2002 ingesteld. Werkgever en werknemer spannen zich samen in (eventueel met een arbodienst of bedrijfsarts) om de zieke werknemer zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Het uitgangspunt is hierbij dat door snel en effectief in te grijpen de periode van het verzuim korter wordt gemaakt. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een animatiefilmpje kort de doorlopen stappen uitgelegd: filmpje

Verplichtingen werkgever en werknemer

Zowel werkgever als werknemer hebben een aantal verplichtingen, die al beginnen in de eerste week van de ziekmelding. In een stappenplan geven wij deze verplichtingen schematisch weer. Ziektegevallen moeten uiterlijk binnen één week na de eerste ziektedag worden gemeld bij de arbodienst of bedrijfsarts. Lees hier meer over de rechten en plichten van de werkgever en voor de rechten en plichten van de werknemer hier.

Werkgever en werknemer zijn samen verplicht alle inspanningen te verrichten om de werknemer weer aan het werk te krijgen. Dit gebeurt middels 1e spoor en 2e spoor.

Loondoorbetaling door werkgever

Tijdens de eerste twee jaar van de ziekte van de werknemer is de werkgever verplicht om het loon door te betalen. De werkgever moet per jaar minstens 70% van het loon betalen (minimaal het wettelijke minimumloon). In de meeste arbeidscontracten en/of cao’s staat dat de zieke werknemer 170% van het loon over twee jaar krijgt betaald. Vaak is dit in het eerste jaar 100% en het tweede jaar 70%.

Handvatten voor werkgevers om proces goed in beeld te brengen en te houden

De werkgever heeft in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter een aantal wettelijke verplichtingen waaraan dient te worden voldaan. Echter wordt de werkgever ook een aantal handvatten aangereikt om dit proces goed in beeld te brengen. Hieronder staan een aantal zaken die de werkgever kan inzetten om te zorgen dat hij/zij voldoet aan hetgeen wat er van hem verwacht wordt.

  • Werkgever en werknemer leggen in een plan van aanpak concrete afspraken vast om werknemer weer aan het werk te laten gaan.
  • Werkgever en werknemer bespreken iedere 6 weken de voortgang van de re-integratie en leggen voortgang en aanpassingen vast in het plan van aanpak.
  • Werkgever mag vragen aan de werknemer wanneer hij/zij weer verwacht te kunnen komen werken. Tevens mag de werkgever vragen wat er aan de hand is, maar de werknemer is niet verplicht deze vraag te beantwoorden.
  • Werkgever kan de werknemer vragen een bezoek te brengen aan de bedrijfsarts. Deze beoordeelt of de werknemer in staat is (aangepast) werk te doen en hoe lang het verzuim kan gaan duren.
  • Werkgever kan in overleg met de bedrijfsarts de werknemer weer met het werk laten beginnen zonder loonwaarde.
  • Wanneer werkgever met de werknemer van mening verschilt over de re-integratie, dan kan zowel de werkgever als de werknemer bij het UWV een deskundigenoordeel aanvragen.
  • Werkgever is verplicht de werknemer bij het niet meewerken aan de re-integratie met passende maatregelen te sanctioneren (loonopschorting of loonstopzetting).
  • Meer informatie

    Wilt u graag meer weten over de mogelijkheden die we bieden op het gebied van 2e spoortrajecten? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek of bel tijdens kantooruren naar 088-0074410.